Back to the fifties
Van buiten lijkt de loft waar Eddy Blondé woont, eigenlijk niet veel bijzonders. Een huis in Berchem met een strakke, gedeeltelijk zwart geschilderde gevel, een simpel voortuintje dat weinig onderhoud vraagt. Maar zodra je binnenstapt, voel je dat hier anders gewoond wordt. Al is het maar omdat je meteen in de garage komt, die met een glazen wand rechtstreeks met de woonkamer verbonden is. Soms zet Eddy er zijn auto binnen, vaak ook wordt zijn boot er opgeslagen, en blijft de auto buiten. “Dat is makkelijker,” zegt Eddy. “Geen gedoe met deuren open en dicht doen. De vorige eigenaar had een oude Volvo, dus dat was wel een beetje een pronkstuk dat binnen stond.”
Die vorige eigenaar, een Zweed, was degene die het oorspronkelijke fabriekje uit 1920 liet verbouwen tot de loft-met-verdieping die het pand nu is. Een grote open benedenruimte, met een dak dat half van glas is, en daarboven, bereikbaar via een open trap, twee ruime slaapkamers en een badkamer. Vloerverwarming zorgt voor de nodige warmte, de knappe indeling maakt dat het geheel praktisch én gezellig is. In een korte wand die parallel loopt met de zijmuren is aan de ene kant een compacte keuken ingewerkt en aan de andere kant kwam een bureau. En overal is bergruimte, méér dan de meeste huizen met vier verdiepingen hebben.
“Toen ik hier voor het eerst binnenkwam, had ik meteen het gevoel dat ik wilde blijven,” vertelt Eddy. “En het rare was: het pand zei me iets. Pas later besefte ik dat ik het al eens in een boek gezien had en dat ik dat boek thuis had liggen. Op woensdag ben ik komen kijken en ik heb toen meteen een dagoptie gevraagd. Op vrijdag heb ik getekend. Ik voelde me er meteen thuis, al was het wel wat koeler dan het nu is.”
Anderhalf jaar woont hij nu al in zijn loft, en het koele van toen heeft hij warmer gemaakt door met andere kleuren te werken.
“Toen ik het kocht, was het heel strak, met grijze tinten en veel licht hout, heel Scandinavisch. Ik heb andere accenten gelegd, andere kleuren gekozen. Zo stond hier bijvoorbeeld een licht houten bank, maar die heb ik vervangen door ebbenhout, om het warmer te maken. En een aantal muren heb ik geschilderd met verf waarvoor ik de pigmenten zelf uit Marrakech heb meegebracht. Het blauw naast het tuintje is dezelfde kleur als het huis in de tuin van Yves Saint-Laurent in Marokko. En op twee muren heb ik een soort roze aangebracht, dat door de lichtinval telkens anders wordt. Er zijn mensen die zeggen: hoe kun je in vredesnaam dié kleur kiezen? Maar die mensen hoeven hier niet te wonen...”
Aan de indeling zelf heeft Eddy niets veranderd, behalve dan dat er een muurtje is weggebroken aan de trap. “De vorige bewoners hadden twee kinderen, dus zo’n open trap is dan niet erg handig. Maar ik vind het mooier zo. Toen ik hierheen verhuisde, ben ik ‘s morgens binnengekomen, we hebben het muurtje afgebroken en daarna heb ik alles ingericht. Pas toen zijn we beginnen schilderen, maar ‘s avonds lag ik in bed in een huis dat praktisch af was!”
Dat bed staat in een ruime slaapkamer boven, onder een glazen dak dat bekleed is met een speciale film. “Die isoleert en die maakt dat het glas aan de buitenkant zilver is, zodat ze niet kunnen binnenkijken - tenminste, dat hoop ik! Gordijnen heb ik niet, boven niet en beneden ook niet. Ik heb ruimte en licht nodig, dus ik heb er ook geen moeite mee dat je niet kunt verduisteren. Ik vind het fijn om ‘s avonds de lucht te zien, te weten of het volle maan is. En ik sta gewoon op met het krieken van de dag en ga slapen als het donker wordt. Heerlijk vind ik dat. De mensen vragen vaak: is dat niet heet in de zomer en koud in de winter, al dat glas? Maar het glas zit aan de noord-oostkant, op het zuiden is het dak dicht. Dus dat valt allemaal best mee.”
De grote, open ruimte is meteen een perfecte achtergrond voor de verzameling van Eddy, die op zijn minste eclectisch te noemen is. Oude filmposters hangen boven kleurige moderne krukjes waarop een collectie reclamemateriaal van Theo-brillen staat. Een opblaasbaar model van “De schreeuw” van Munch deelt een bureau met een oud Mariabeeldje in haar eigen huisje. Een bijna levensgrote Marilyn Monroe staat nonchalant tegen een muur geleund en het Atomium is nadrukkelijk aanwezig.
“Ik heb de jaren 50 tot 70 heel intens beleefd en ik houd van de warmte van die spullen van toen. Die combineer ik graag met de wat koelere stukken van nu, met strakke, moderne meubels ook. Neem die foto van het Atomium, die zag ik op een nocturne in de Kloosterstraat. Die kleuren, die Pontiac, die sfeer, met zoiets kun je een volledige ruimte aankleden. De oude filmaffiches heb ik lang geleden ergens vandaan meegenomen, met het idee van: die komen ooit wel van pas. Ik heb zoveel, lang niet alles staat hier. Ik ga naar rommelmarkten en ik ken bepaalde winkels en als ik iets zie waarvan ik denk: dat zie je volgende week niet meer, dan neem ik dat mee. Ik heb een optiekzaak en die heb ik indertijd eigenlijk min of meer volledig zo ingericht met spullen die ik bij elkaar gezocht heb. En nu nog, maak ik mijn etalage met dit soort dingen. Die opblaasbare Schreeuw, daar heb ik ooit een heel grote van gehad, maar die gaf af, dus toen heb ik via internet twaalf kleintjes kunnen kopen en daar heb ik mijn etalage mee gemaakt. Iedereen wilde er een hebben...”
Ook in het mini-tuintje, dat je binnengaat via een enorme draaibare glazen ruit, staan verzamelstukken. Aan de muur hangt een enorme barometer van de RVS - “ik wil er een hele muur vol, in allerlei verschillende kleuren” - en er staat een blauwe trapauto. “Daar heb ik er een stuk of vijf van, maar dit is de oudste en de meest verroeste, dus die staat buiten. Het tuintje is heel plezierig, je hebt er zon van na de middag tot zo’n acht uur ‘s avonds en voor mij is het groot genoeg. Ik hoef alleen de klimop maar bij te houden.”
Tussen de fifties-spullen staan ook oudere stukken. Een beeldje uit Thailand, dat Eddy meebracht van een reis. “Ik heb het veertien dagen meegesleurd. Ze hadden toen vijftien dezelfde en ik heb spijt dat ik er geen twee of drie gekocht heb. Maar ze waren zwaar. Er staan ook twee Indonesische poppen, die heb ik ook zelf meegebracht. Uit Breda,” lacht Eddy. “Ik moet wel oppassen en zo nu en dan een time out nemen, want ik zou alles kopen. Laatst heb ik nog twee wereldbollen gekocht, gewoon omdat ze zo mooi verlicht waren. En een andere keer heb ik ineens 15 paternosters tegelijk meegebracht. Ik wil het niet te vol hebben hier, het moet wel leefbaar blijven.”
Toch heeft hij geen moeite om alles opgeruimd te houden. “Ten eerste ben ik van nature vreselijk netjes. Ik ben geen rommelaar. In de winkel is het ook zo, alles moet precies staan en liggen zoals ik het wil. En ten tweede heb ik hier enorm veel bergruimte. De mensen van CO2, die de verbouwing deden, hebben overal waar maar kon, ingebouwde kasten voorzien. Ik heb een dressing op de overloop die ik van mijn leven niet vol krijg, in de keuken zit massa’s bergruimte en in de badkamer is alles weggewerkt achter panelen die van een speciale waterproof mdf gemaakt zijn. Dan is het wel simpeler om alles netjes te houden.”
Wat nadrukkelijk ontbreekt, is een tv. “Die wilde ik niet zetten, dus ik heb een projector gekocht en die aangesloten op een tv die in een kastje staat. Nu projecteer ik de programma’s op de muur en dus kijk ik op filmformaat. Het betekent wél dat ik moet wachten tot het donker is om tv te kijken, maar in de winter is dat vroeg genoeg en in de zomer ben ik toch veel weg.”
Hij vervolgt: “Ik heb eigenlijk altijd op het Zuid gewoond en ik was een beetje vergeten wat een leuke buurt dit hier is. Eigenlijk is het een dorpje op zichzelf. Ik voel me hier niet in Antwerpen. Je hebt hier nog een bakker, een viswinkel, leuke restaurantjes in de buurt en gezellige huisjes... Ik voel me hier volkomen thuis.”





